
WILLEMSTAD - De onlangs geopende militaire schietbaan op Curaçao, de ‘Defensie Schietinrichting Daou’, markeert het slotstuk van een ambitieus en persoonlijk traject dat begon bij één man: Michel Daou. Wat begon als een droom om op topniveau te trainen, groeide uit tot een gedeelde missie van sportontwikkeling en samenwerking met Defensie. Tijdens de openingsceremonie gaf Curd Evertsz, medeoprichter van de naastgelegen civiele schietbaan en goede vriend van Daou, een indringende toelichting op het ontstaan van deze unieke locatie.
In zijn toespraak verwees Evertsz naar een oud Nederlands gezegde: “Lang gewacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen.” Hij gebruikte het als passende metafoor voor het moeizame maar uiteindelijk succesvolle traject dat leidde tot de nieuwe schietinrichting. Met warmte en precisie schetste hij het levensverhaal van Michel Daou, geboren op 31 oktober 1960 op Curaçao en overleden op 5 mei 2024. Zijn moeder Ria Douw-Ogink, zussen Desiree en Daniela, broer Fabian, weduwe Sonali Daou Felida, zoon Amir en dochter Zarifa uit Nederland waren bij de ceremonie aanwezig.
Daou werd door Evertsz omschreven als een echte sportman, familieman en ondernemer. Als rechterhand van zijn vader in het familiebedrijf stond hij bekend om zijn georganiseerde en doelgerichte aanpak. Hij streefde niet naar middelmatigheid, maar naar het hoogste: topprestaties in alles wat hij deed. In de sport blonk hij uit in softbal, honkbal en vooral de schietsport, waar hij zich toelegde op zowel handvuurwapens als schoudervuurwapens. Kleiduivenschieten – met name olympic trap – werd zijn specialisme.
Toch botste die olympische ambitie op de lokale realiteit. “We hebben op Curaçao maar één bunker, niet veel groter dan deze tafel,” legde Evertsz uit. “Met één machine die de kleiduiven schuin of recht afvuurt. In het buitenland gaat het om vijftien machines die in groepen van drie de duiven in verschillende richtingen lanceren. Wat hij daar moest doen, kon hij hier onmogelijk oefenen.”
Samen met Clifton Hoyer en Henry Daou – zijn oom – besloot Michel dat dit anders moest. De drie gingen aan de slag aan de rekentafel. Ze maakten plannen, stelden begrotingen op, en ontwierpen uiteindelijk een moderne schietbaan: de Daou Shooting Range. Daarmee kon er op Curaçao eindelijk op internationaal niveau worden geoefend, lokaal, met minder tijd weg van werk, gezin en eiland. De baan werd opgezet zonder winstoogmerk. Elke gulden die binnenkwam, werd herinvesteerd in het terrein.
Vanaf het begin was het de bedoeling dat de faciliteit niet alleen beschikbaar zou zijn voor sportschutters, maar ook voor de gewapende diensten. Die ambitie bleef lang onvoltooid. Hoewel de gesprekken met Defensie jaren geleden al begonnen, werd het project destijds ‘in de ijskast’ gezet wegens bezuinigingen vanuit Den Haag. Pas jaren later werden de onderhandelingen heropend en ditmaal met resultaat: een militaire schietbaan op Curaçao werd werkelijkheid.
Voor Evertsz en de betrokkenen betekende dit niet alleen de voltooiing van een plan, maar ook de vervulling van een droom van Michel Daou. “Het was een soort trofee in zijn carrière,” zei hij. “Defensie betrekken bij de Daou Shooting Range, dat wilde hij dolgraag.”
Curd Evertsz benadrukte in zijn speech dat de nieuwe militaire baan formeel geen onderdeel is van de Daou Shooting Range en vice versa. Maar symbolisch zijn de twee buren nauw verbonden. “Een goede buur is vaak meer waard dan een verre vriend,” voegde hij eraan toe.
In het bijzonder sprak hij zijn waardering uit voor sergeant-majoor Harold Navarro, die volgens hem een unieke brug vormde tussen Defensie en de samenleving op Curaçao. “Soms was hij hier als militair, soms als burger. Maar altijd wist hij Defensie dichter bij de mensen te brengen. Dat is van onschatbare waarde.”
De toespraak eindigde in dankbaarheid. Voor de samenwerking met Defensie, voor de inzet van iedereen die het project mogelijk maakte, en voor de erkenning die postuum aan Michel Daou werd gegeven: het vernoemen van de militaire schietbaan naar hem. “Wat hier staat,” zei Evertsz, “zal voor velen een vorm van virtuele onsterfelijkheid zijn.”






























